Nutriënten voor het immuunsysteem en de afweer

15-06-2020

In deze tijden is het extra belangrijk om het immuunsysteem te ondersteunen, omdat dit nu mogelijk extra zwaar op de proef wordt gesteld. Daarom besteden we op deze plek graag aandacht aan enkele nutriënten die belangrijk zijn voor het immuunsysteem en de natuurlijke afweer. In het kader van dit artikel belichten we alleen voedingsstoffen met (voorlopig) goedgekeurde gezondheidsclaims.

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) verstrekt wetenschappelijk advies over voedselgerelateerde gezondheidsaspecten. Voor een tal van nutriënten heeft de EFSA vastgesteld dat ze belangrijk zijn voor de normale werking van het immuunsysteem. Het gaat om de vitaminen A, B6, folaat (vroeger B11 genaamd), B12, C en D en de mineralen ijzer, koper, selenium en zink. Maar waarom zijn ze belangrijk? Wat doen ze voor het immuunsysteem? We zullen hier deze vragen in het kort toelichten.

Om te beginnen volgt hier wat algemene informatie over het immuunsysteem in vogelvlucht. Het immuunsysteem bestaat uit twee delen: het aangeboren en adaptieve (ook wel verworven) immuunsysteem. De componenten van deze systemen beïnvloeden elkaar en werken samen om het lichaam te beschermen tegen binnendringers.

Het aangeboren immuunsysteem bestaat uit verschillende anatomische barrières , waaronder fysieke barrières (zoals de huid en slijmvliezen), chemische barrières (zoals maagzuur) en biologische barrières (zoals “goede” darmbacteriën). Daarnaast maken witte bloedcellen (waaronder neutrofielen, macrofagen, monocyten en natural killer (NK)-cellen) en nog wat andere factoren (zoals eiwitten die microben vernietigen en signaalmoleculen) deel uit van deze eerste verdedigingslinie. Het aangeboren immuunsysteem werkt snel, maar is heel algemeen (niet specifiek).

Het adaptieve immuunsysteem is het tweede vangnet. Het komt langzaam op gang (na 4-7 dagen), maar is heel doelgericht en effectief. Dit systeem heeft de indringer leren herkennen en komt, door aanpassing (adaptie), met een gerichte aanval. Witte bloedcellen (zoals T-cellen en B-cellen) en antilichamen maken deel uit van dit vangnet. Het omvat reacties die op specifieke microben zijn gericht en heeft een “geheugen” waardoor toekomstige aanvallen van dezelfde indringers snel bestreden kunnen worden.

In de tabel hieronder vindt u een beknopt overzicht uit de wetenschappelijke literatuur over de essentiële rol van nutriënten voor de normale werking van het immuunsysteem. Deze tabel is bedoeld om u een globaal en eenvoudig inzicht te geven in de rol van deze voedingsstoffen in het immuunsysteem. Hij is bijgevolg niet volledig. Onder de tabel treft u een verklarende woordenlijst aan.

nutriënten


Verklarende woordenlijst

Antimicrobiële eiwitten
Natuurlijk voorkomende moleculen die als deel van de eerste verdedigingslinie (aangeboren immuunsysteem) worden geproduceerd. Deze eiwitten doden bacteriën, gisten, schimmels en virussen.

Antilichamen
Gespecialiseerde eiwitten die door de bloedbaan reizen en in lichaamsvloeistoffen worden aangetroffen. Ze worden ook wel antistoffen of immunoglobulinen genoemd. Deze proteïnen identificeren microben of lichaamsvreemde stoffen en maken ze onschadelijk door er een verbinding mee aan te gaan.

B-cellen             
Een soort witte bloedcel, ook bekend als B-lymfocyten. Ze zijn deel van het adaptieve immuunsysteem. Ze verdedigen het lichaam door het afscheiden van antilichamen. Ze vormen het geheugen van het immuunsysteem.

Chemische boodschappers   
Chemische stoffen met de mogelijkheid om bepaalde processen te stimuleren of af te remmen.

Cytokinen        
Regulerende eiwitten die door cellen van het immuunsysteem worden vrijgegeven en als schakelaars fungeren bij het genereren van een immuunrespons.

Cytotoxische activiteit            
Een giftige werking voor cellen of microben.

Dendritische cellen    
Witte bloedcellen met speciale receptoren (Toll-like receptoren) om vreemde moleculen te herkennen die deel uitmaken van microben. Bij een infectie scheiden deze cellen signaalmoleculen af die cellen van het adaptieve immuunsysteem aantrekken om de invasie onschadelijk te maken. Daarnaast breken dendritische cellen bacteriën en virussen af en presenteren vervolgens fragmenten ervan aan een andere soort witte bloedcel (een speciale T-cel). Deze gebruikt de aangeboden informatie om een specifieke immuunrespons in gang te zetten.

Fagocyten       
Een witte bloedcel die afvalstoffen, schadelijke micro-organismen of lichaamsvreemde stoffen in de bloedbaan of de weefsels opslokt en absorbeert.

Granulocyten
Witte bloedcellen met korrelachtige blaasjes (granules) die gifstoffen bevatten.

Immuuncellen              
Witte bloedcellen ofwel leukocyten. Er bestaan verschillende soorten. Sommige werken in het aangeboren en sommige in het adaptieve immuunsysteem.

Immuunrespons          
Een immuunrespons is een verdedigingsreactie tegen lichaamsvreemde stoffen of microben.

Infectie             
Het binnendringen in het lichaam van een microbe gevolgd door een ontsteking.

Lymfocyten    
Een lymfocyt is een van de witte bloedcellen van het immuunsysteem. Lymfocyten omvatten natural killer-cellen (aangeboren immuniteit), T-cellen (adaptieve immuniteit), en B-cellen (adaptieve immuniteit). De naam lymfocyt heeft te maken met het feit dat deze cel het belangrijkste type cel is dat in lymfe wordt aangetroffen.

Macrofagen    
Macrofagen (Grieks voor “grote eter”) zijn een type witte bloedcel van het immuunsysteem dat celresten, vreemde stoffen, microben en alles wat aan het oppervlak niet het type eiwitten heeft dat eigen is aan gezonde lichaamscellen, opslokt en verteert in een proces dat fagocytose (Grieks voor “eten van cellen”) wordt genoemd.

Microbe             
Een micro-organisme, vooral een schadelijke bacterie, virus, schimmel of parasiet.

Monocyten     
Grote, éénkernige witte bloedcellen of leukocyten die als zogenaamde ‘vreetcellen’ of fagocyten een afweerfunctie hebben.

Natural killer (NK)-cellen       
Een type witte bloedcel dat deel uitmaakt van het aangeboren immuunsysteem. Deze cellen spelen een belangrijke rol in de immuunrespons, omdat ze de eerste verdedigingslinie vormen tegen gevaarlijke  of abnormale cellen.

Neutrofielen  
De meest voorkomende vorm van witte bloedcellen (leukocyten) die wordt gekenmerkt door de rol in het bewerkstelligen van immuunreacties tegen infectieuze micro-organismen.

Oxidatieve schade     
Aantasting door vrije radicalen of specifiek reactieve zuurstofverbindingen (ROS) die onvoldoende worden geneutraliseerd door antioxidanten.

Reactieve zuurstofverbindingen (ROS)          
Chemisch reactieve verbindingen die zuurstof bevatten en schade aan cellen of weefsel kunnen veroorzaken.

Signaalmolecuul          
Een chemische verbinding die informatie tussen organismen, tussen cellen binnen een organisme of tussen onderdelen binnen een cel van een organisme overdraagt.

T-cellen             
Een soort witte bloedcellen (leukocyten) die een essentieel onderdeel vormt van het adaptieve immuunsysteem. T-cellen spelen een belangrijke rol in de specifieke verdediging tegen bacteriën, virussen en parasieten.